WORD LID

Activiteiten

FRESH Alumni Forward debat - 29 mei 2012

Dinsdag 29 mei vanaf 16.30 organiseert FRESH Alumni het FRESH Forward Debat, in Creative Valley, Utrecht. Het onderwerp: de turbulentie en perspectieven op de Nederlandse vastgoed financieringsmarkt.

Het is een hot item dat financieringen, voornamelijk in de vastgoedsector, de komende jaren waarschijnlijk een schaars goed blijven. Banken tax en conservatieve financieringsrestricties dragen hieraan bij. In het aankomende debat worden de ogen dan ook niet gesloten voor problemen die velen van ons in de dagelijkse praktijk ondervinden.

Aansprekende debaters zoals Erik Steinmaier (Head Advisory ABN AMRO Real Estate Finance), Angelique Thiele (Partner Boekel de Nerée), Tom Berkhout (Professor Real Estate Nyenrode University) en Peter Göbel (Head ING Real Estate Finance Nederland) zullen zich uitspreken over onder meer de voor- en nadelen van overheidsinterventie en de kansen en bedreigingen van de enorme herfinancieringsgolf die eraan komt. In het debat zal echter ook worden gezocht naar perspectieven en worden kansen besproken zoals bijvoorbeeld het toetreden van alternatieve financiers.

De inschrijving voor het FRESH Forward Debat is vanaf heden geopend, meld je snel aan via MyFRESH!

FRESH Alumni Prinsjesdagdebat - 27 otober 2011

Het kabinet helpt de woningmarkt om zeep?!

Op donderdag 27 oktober debatteerde FRESH Alumni onder leiding van Dirk Brounen met vooraanstaande experts over de malaise op de woningmarkt. Het debat vond plaats in de congreszaal van het ABN AMRO hoofdkantoor aan de Zuidas in Amsterdam en werd afgesloten met een borrel waar in informele sfeer verder gediscussieerd werd. FRESH Alumni bedankt de sprekers en met name ABN Amro voor het beschikbaar stellen van de locatie en het verzorgen van de borrel.

Klik hier voor de foto’s van het debat.

 Dagvoorzitter                      
Prof. dr. Dirk Brounen - Tilburg University

Dirk Brounen is hoogleraar vastgoedeconomie aan de Universiteit van Tilburg. Brounen werkte eerder aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, de Universiteit van Californië in Berkeley en aan de Universiteit van Amsterdam. Het op gang brengen van de discussie en het betrekken van de zaal in het debat is zeker aan Dirk toe te vertrouwen!








 Sprekers                              
Marcel Zuidam - ABN AMRO Hypotheken Groep

Marcel Zuidam is CFO van ABN AMRO Hypotheken Groep. ABN AMRO Hypotheken Groep is een van de grootste gespecialiseerde hypotheekverstrekkers in Nederland.
Rob Mulder - Vereniging Eigen Huis

Rob Muller is directeur strategie en belangenbehartiging van Vereniging Eigen Huis. Vereniging Eigen Huis behartigt al sinds 1974 de belangen van alle Nederlandse eigenwoningbezitters.
Pé Kohnstamm - diverse functies

Pé Kohnstamm is hij sinds 1973 werkzaam in de vastgoedsector. De laatste 20 jaar heeft hij bij diverse organisaties de functie  van commissaris, bestuurslid en adviseur vervuld. In 2010 is hij lid geweest van de landelijke programmacommissie Wonen en Ruimtelijke Ordening van D66.
  Wim Wensing - Amvest
 
Wim Wensing is director investment management bij Amvest. Amvest is ontwikkelaar en belegger primair gericht op woningen en woongebieden in economisch sterkere delen van Nederland en vooral actief in de Randstad.

Lees hier wat Dirk Brounen recentelijk in een gesprek met Vastgoedmarkt zei over de plannen van het kabinet ten aanzien van de woningmarkt. 

 



 

 

 

 

 

 

 

 





 

FRESH Forward Debat - 7 april 2011

Op 7 april 2011 vond het FRESH Forward Debat plaats in Hotel New York, Rotterdam. Onder voorzitterschap van Bert de Graaf (Ecorys) werden vier marktbepalende ontwikkelaars, Hein Brand (ING RED), Coen van Oostrom (OVG Projectontwikkeling), Jan Prins (Kristal) en Dietmar Werner (Volker Wessels Vastgoed), aan de hand van zes stellingen gevraagd naar de “beste” bedrijfsstrategie voor projectontwikkelaars.

Vervanging en herstructurering?

De eerste stelling richtte zich op de vraag of de projectontwikkelaar zich voornamelijk zou moeten richten op de vervanging- en herstructureringsmarkt. In het debat kwam naar voren dat er in de regel geen sprake meer is van een uitbreidingsmarkt, maar dat de opgave vooral in het vervangen van vastgoed ligt. Dat er altijd sprake is van een uitzondering op de regel verwoordde Brand als volgt: waar de primaire focus van de ontwikkelaar komt te liggen op de vervangingsmarkt, zullen er altijd goede locaties zijn waar sprake is van uitbreiding. Door middel van het vervangen van vastgoed kan tegemoet worden gekomen aan de vraag naar kwaliteit, een vraag die onder invloed van de crisis sterk is toegenomen. Dat de opgave in het toevoegen van kwaliteit ligt, illustreert Van Oostrom met het feit dat ongeveer 2% van de huidige kantorenvoorraad als kwalitatief goed kan worden bestempeld. Dit betekent dat 98% van de kantorenvoorraad voor verbetering vatbaar is. De vraag die hierop volgt, is hoe deze kwalitatieve verbetering vorm te geven. Door middel van herstructurering of nieuwbouw? Prins geeft aan dat heel veel gebieden zich niet lenen voor herstructurering, waarmee er altijd een vraag naar nieuwbouw zal zijn. Middels nieuwbouw kan tegemoet worden gekomen aan de vraag naar kwaliteit, zo geeft Werner aan. Deze vraag naar kwaliteit is veel groter dan de kwantitatieve vraag, ook in de woningbouw. Werner benoemt daarin de duidelijke omslag van een aanbiedersmarkt naar een kopersmarkt: de consument bepaalt. Uit voorgaande volgt dat de ontwikkelaar zich vooral zou moeten richten op het toevoegen van kwaliteit op brownfield-locaties.

Eigen vermogen
Ten aanzien van de stelling dat de ontwikkelaar anno 2011 meer dan 50% eigen vermogen nodig heeft om projecten te kunnen financieren, geeft Werner aan dat geld weer schaars is. Doordat projectfinanciering in het verleden heel gemakkelijk was te verkrijgen, is er vastgoed ontwikkeld dat het levenslicht nooit had mogen zien. De stelling klopt als het gaat om risicodragende ontwikkelingen, zo stelt Prins. Van Oostrom geeft daarop aan dat OVG vrijwel niet op risico ontwikkelt, maar altijd met een gebruiker en een locatie. Bij dergelijke projecten is het aantrekken van vreemd vermogen relatief eenvoudig. Dat de financieringsmogelijkheden per ontwikkelaar verschilt, zoals Brand stelt, wordt tijdens het vervolg van het debat beaamd. Een nadelig neveneffect van deze selectieve financiering is dat de mogelijkheid van markttoetreding sterk afneemt. Ontwikkelingen zoals Basel III dragen er aan bij dat de financieringsmogelijkheden verder worden beperkt.

Specialiseren of differentiëren?
Naast een stagnatie van het aantal toetredende ontwikkelingsbedrijven zal het aantal bedrijven dat projectontwikkeling bedrijft verder afnemen, zo geeft Brand als eerste reactie op de stelling of de ontwikkelaar moet kiezen voor specialiseren of differentiëren. De ketenintegratie, waarbij onder andere banken zich gingen bezighouden met het ontwikkelen van vastgoed, is omgedraaid in het centraal stellen van de core business. Prins sluit zich hierbij aan; het ontwikkelen van vastgoed vergt een andere cultuur dan het beheren van woningen of financieren van vastgoed. Het ontwikkelen van vastgoed is een vak, dat specifieke kerncompetenties vraagt die niet in ieder type organisatie aanwezig zijn. Volgens Van Oostrom zal er wel sprake zijn van integratie in de zin van de ontwikkelaar die verder participeert in het project dan ontwikkeling alleen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de vraag vanuit de markt ten aanzien van een lange termijn commitment. Ofwel duurzame betrokkenheid van de ontwikkelaar. Dit betekent ook dat de grootste specialistische beleggers met een relatief kleine ontwikkeltak voor de eigen portefeuille zullen blijven bestaan, zoals ECE of Unibail. Naast specialisatie wat betreft core business rijst de vraag in welke mate ontwikkelaars zich moeten specialiseren op het gebied van segmenten. Werner is van mening dat de ontwikkelaar die zich op meerdere segmenten richt zeker bestaansrecht heeft, mits deze specialistische kennis heeft van de verschillende segmenten en hierin de samenwerking met andere partijen zoekt. Echter, specialistische ontwikkelaars die een uitstapje maken naar het ontwikkelen van vastgoed in een ander segment, zoals een kantoorontwikkelaar die woningen gaat ontwikkelen, is niet succesvol gebleken. De voorgaande breed georiënteerde en specialistische ontwikkelaars worden aangevuld met kleine ontwikkelaars die zich richtten op nichemarkten en kleine gedelegeerde ontwikkelaars. Voorgaande lijkt te duiden op een duidelijke scheiding in de markt: groot versus klein en breed versus specialistisch.

Risico’s
De stelling dat de ontwikkelaar alleen ontwikkelt in opdracht van gebruikers en beleggers, dus niet op risico, is in de praktijk niet zo zwart/wit. Werner zegt hierover dat voor de crisis ontwikkelaars nogal optimistisch in de wedstrijd stonden, waardoor grote risico’s werden aangegaan. Ontwikkelaars hanteren momenteel een veel reëler uitgangspunt bij het aangaan van risico’s. Brand vult aan dat hedentendage alleen risico’s worden genomen die te overzien zijn. Iets dat in het verleden niet altijd zo was omdat de markt projecten toch wel opnam. Als gevolg van de crisis is het risicobewustzijn weer aanwezig, aldus Prins. Met de risicotoename kunnen goede ontwikkelaars zich weer onderscheiden: ontwikkelen is risico’s managen. De crisis heeft ontwikkelaars (weer) geleerd de scherpte in de analyse te zoeken, op vraag te ontwikkelen en een focus te hebben op samenwerking met andere partijen. Van Oostrom geeft hierbij aan dat er weliswaar een groot verschil is tussen ontwikkelen op risico en het ontwikkelen in opdracht van. Echter, dit laatste betekent zeker niet dat er geen risico’s worden gelopen. Ook in een dergelijke samenwerking, waarbij de gebruiker en belegger al binnen zijn, kunnen grote risico’s bij de ontwikkelaar komen te liggen. Benoemd wordt dat het ontwikkelen op risico in de toekomst weer zal toenemen, met name op bijzondere plekken, maar niet in de mate waarin in het verleden risico’s zijn genomen.

Personeel
De bovenstaande profilering van ontwikkelingsbedrijven heeft gevolgen voor de organisatorische inrichting. Daartoe zijn in het debat de laatste twee stellingen, het inwinnen van extern advies en het voornamelijk in dienst hebben van financieel specialisten, samengevoegd. Volgens Van Oostrom hebben ontwikkelaars vooral allround mensen nodig die zowel verstand hebben van technische als commerciële zaken. Het personeel moet in staat zijn om continue de kwaliteit van het project te monitoren, zowel op markttechnisch, producttechnisch als financieel gebied. Werner is van mening dat de ontwikkelaar deze kennis in huis moet hebben: een ontwikkelaar kan wel uitbesteden, maar moet altijd in staat zijn om het externe advies intern te beoordelen. Daarbij vult Prins aan dat een ontwikkelaar de mensen moet hebben die de meeste toegevoegde waarde leveren op die plek in de waardeketen waar de ontwikkelaar de meeste toegevoegde waarde levert. Namelijk vooraan in het proces. Volgens Werner betekent dit dat een ontwikkelaar, naast creatieve mensen die de markt kennen, een ander type mensen moet aantrekken dan in het verleden is gebeurd. De woningontwikkelaar bijvoorbeeld, heeft mensen nodig die woningen kunnen verkopen en samen met de klant kunnen ontwikkelen. Brand is van mening dat de ontwikkelingsbranche in het verleden te veel generalisten had. De ontwikkelaar anno 2011 heeft behoefte aan specialisten: vakkennis, vooral op het gebied van conceptuitwerking en techniek. Uit het debat blijkt verder de behoefte aan kennis en kunde op het gebied van risicomanagement.

Conclusie

Concluderend op de stelling of de crisis enkel een tijdelijke verandering in ontwikkelaarsland teweeg heeft gebracht, stelt Van Oostrom dat de crisis een schoonmaak tot gevolg heeft gehad en slechts goede ontwikkelaars overblijven. Werner spreekt de hoop uit dat partijen kritischer zijn geworden en er lessen zijn getrokken, met een kwalitatieve toename als gevolg. Als aanvulling geeft Brand aan dat deze kwaliteit nodig is, omdat Nederland enerzijds vol is en anderzijds de maatschappij steeds grotere eisen stelt. Volgens Prins zal projectontwikkeling an sich decimeren, waardoor de projectontwikkelaar vooral nog als onderdeel van een bouwer zal blijven bestaan. Geconcludeerd kan worden dat dé ontwikkelaar ook na de crisis niet bestaat. Echter wel dat de kwaliteit van zowel het ontwikkelingsbedrijf zelf als de projecten in hoge mate belangrijk zijn (geworden).

Ewoud Dekker

Download als bestand

FRESH Alumni Prinsjesdagdebat - 28 oktober 2010

Op 28 oktober 2010 vond het FRESH Alumni Debat plaats in het ACTA gebouw op de campus van de Vrije Universiteit Amsterdam. Onder het thema “De veranderende rollen in de toekomstige vastgoedpraktijk” poneerden en verdedigden de debaters Heino Vink (Multi Vastgoed), Hans Copier (ING REIM), Harry Platte (NieuwOverstad) en Franc van Nunen (VU-kwartier) hun prikkelende stellingen. Dagvoorzitter Hans de Jonge (Brink Groep/ TU Delft) en enthousiaste FRESH Alumni leden voelden deze debaters aan de tand.

De aftrap werd verzorgd door Heino Vink met de stelling: “De rol van de projectontwikkelaar in de huidige én toekomstige vastgoedpraktijk is onmisbaar”. Vink voorziet vooral een specialisatie van toekomstige ontwikkelaars in bepaalde marktsegmenten. Ontwikkelaars zullen succesvol zijn als zij onderscheidend zijn in de kennis en ontwikkeling van een product, maar ook in de cultuur van het bedrijf. Er zal volgens Vink dus een specialisatie naar concept, product en markt gaan plaatsvinden. Daar hoort ook het nemen van financiering –en ontwikkelrisico’s bij, omdat ontwikkelaars anders veredelde adviseurs worden die het proces faciliteren. De voornaamste reactie van de zaal en experts betrof de huidige rol van ontwikkelaars die wel degelijk als misbaar wordt gezien. Een substantieel deel van de ontwikkelaars in Nederland is gelieerd aan bouwbedrijven die voornamelijk ‘capaciteitsdenkers’ zijn, gefocust op productie in plaats van product(-marktcombinaties). Dit type ontwikkelaar zal in de toekomstige meer vraaggerichte markt niet succesvol meer blijken, zo luidde de conclusie.

Vervolgens was het de beurt aan Hans Copier om zijn stelling “Eindbeleggers nemen de regie in handen van ontwikkelaars” toe te lichten. Copier voorziet dat waardecreatie met vastgoed in de binnenstedelijke gebieden steeds belangrijker gaat worden. Gezien de financieringschaarste voor nieuw vastgoed zal de focus meer richting duurzaam vastgoedbeheer van de bestaande voorraad gaan. Beleggers zullen als eindgebruikers de risico’s voor investeringen in dit vastgoed op lange termijn moeten dekken. Ontwikkelaars hebben die lange betrokkenheid (nog) niet en dus zullen beleggers als financiers steeds vaker eerder om de tafel zitten met huurders en ontwikkelaars, en wie betaalt, bepaalt. De reacties richten zich vooral op het feit dat beleggers niet altijd verstand hebben van het product vastgoed. Sommige beleggers maken hun portfolio beslissing op basis van de looptijd van huurcontracten in plaats van kwaliteit. De verwachting is dat beleggers gaan veranderen in goede assetmanagers die niet alleen het geld organiseren maar ook duurzame relaties aangaan met huurders.

Harry Platte verdedigde zijn stelling “Gebiedsontwikkeling gaat niet langer over vastgoedontwikkeling maar over business development”. Hierin staat de klant centraal, ontwikkelende partijen dienen zich meer toe te spitsen op organiserend vermogen dat de klant dient. Een gebied wordt dan een ‘marktplaats’ waarin verschillende initiatieven en tijdelijke activiteiten en functies georganiseerd worden voor en door klanten. Er zal een langdurig continu proces van onderzoeken en ontwerpen ontstaan waarbij het eindproduct onvoorspelbaar is. Het voortraject wint aan belangrijkheid omdat initiatief opgespoord dient te worden bij geïnteresseerde eigenaren en gebruikers in het bepalen van de gezamenlijke belangen. De FRESH Alumnileden en debaters reageerden vooral dat deze benadering betekent dat (potentiële) gebruikers en particuliere vastgoed- en grondeigenaren dus aan belangrijkheid winnen. Door ze als klant met een eigen belang in het gebied te zien wordt ook de noodzakelijke financiering veilig gesteld. Geconcludeerd werd dat gebiedsontwikkeling 1.0 onder andere gekenmerkt werd door grote publieke voorinvesteringen en PPS. Maar het zijn momenteel juist gemeenten en ontwikkelaars die niet meer kunnen en willen investeren. Particuliere eigenaren en gebruikers zullen daarom naar verwachting een belangrijke pijler gaan worden in gebiedsontwikkeling 2.0.

Als laatste debater nam Franc van Nunen het woord. Met zijn stellingOntwikkelaars en beleggers zijn weer - en blijven - afhankelijk van eigenaars / gebruikers sloot hij naadloos aan bij voorgaande discussie. Van Nunen verklaarde dat de Vrije Universiteit in de enorme ontwikkelopgave van het VU-kwartier afwisselend de rol van eindgebruiker, ontwikkelaar, financier en belegger speelt. In zijn opinie bepalen verdienmodellen uiteindelijk welke rol een partij kan spelen. Deze zullen drastisch gaan veranderen omdat het belangrijker wordt om de wens van de gebruiker daarin centraal te stellen. Dit betekent het leveren van maatwerk maar ook flexibiliteit in vastgoed. De reacties richten zich vooral op potentiële nieuwe vastgoedmarkten zoals zorg en onderwijs. Maatschappelijk vastgoed lijkt gezien de demografische ontwikkelingen, de niet altijd aanwezige vastgoedkennis bij deze instellingen en de duurzaamheideisen die deze klanten stellen, bij uitstek ontwikkel- en beleggingspotentie te hebben.

Als afsluiting van het debat vroeg dagvoorzitter Hans de Jonge de FRESH Alumnileden aan te geven hoe zij vastgoedopgaven gaan benaderen in hun toekomstige carrière. Niet geremd door een lange werkervaring verklaren deze jonge professionals dat ze zich meer gaan richten op nieuwe vormen van samenwerking en financiering waarin de gebruiker en de duurzame vraag meer centraal gaan staan. Financiering van vastgoed zal toch vooral uit de gebruikers gaan komen, waarbij zowel ontwikkelaars en beleggers mee moeten in het lange termijn denken over duurzame oplossingen die deze klanten voor ogen hebben. De toekomst van vastgoed zit wat FRESH Alumni betreft dus vol uitdagingen!

FRESH Forward debat - 15 april 2010

Tijdens de jaarlijkse FRESH Forward organiseert FRESH Alumni een vooruitblik over een actueel onderwerp binnen de vastgoedsector. Dit jaar staat de FF in het teken van gedurfd ondernemerschap versus ethisch handelen.

Thema
De recente vastgoedfraude heeft voor een flinke discussie in de vastgoedsector gezorgd. De ‘miljoenenzwendel aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven’ maakt duidelijk dat ethisch handelen binnen het vakgebied ver te zoeken is geweest. Maar denk daarnaast ook aan de huidige Palminvest rechtzaak, of de recente Rochdale affaire. De roep om meer toezicht op interne procedures en het opstellen gedragscodes is groter dan ooit. De vraag is echter in hoeverre de sector gereguleerd moet worden, of het ook het gewenste effect heeft en in hoeverre regulering beperkend is voor het ondernemerschap. Immers, door risico’s te nemen en ondernemerschap te durven tonen, kunnen juist successen geboekt worden.

Sprekers
Voor het debat zijn sprekers uitgenodigd die enerzijds eigenzinnige ondernemers zijn, maar anderzijds ook geconfronteerd zijn met het thema integriteit en ethisch handelen. Sprekers die een bijdrage aan het debat zullen leveren, zijn onder meer:

Dion Bartels - Advocaat, deskundig op het gebied van beleggingsfraude en bekend door zijn optreden tegen malafide vastgoedbeleggingsfondsen, zoals Palm Invest. Bartels is voor onbepaalde tijd geschorst als advocaat wegens onbehoorlijke bedrijfsvoering. Tegenwoordig ook werkzaam als bankverkoper bij een internationale keten.

Jo Roelof Zeeman - Private vastgoedbelegger en voormalig oprichter van beursfonds Nieuwe Steen Investments. Is met 75 jaar inmiddels gepensioneerd, maar nog altijd actief binnen de vastgoedmarkt (Stichting Vastgoed Beheer Hoorn) en nooit te beroerd om zijn uitgesproken mening te geven.

Luc Smits - Ondernemer en eigenaar van LSI Project Investment. Van aannemer tot uitermate succesvol ontwikkelaar. Kent de smaak van succes, maar ook de verleidingen waar je binnen de sector aan wordt blootgesteld.

Richard Engelfriet - Debatleider en auteur van het boek ‘Hoe vang ik een rat?’.

 

 

Margaritha van Overbeeke

Details

Het eerstvolgende debat is het FRESH Forward debat. Heb jij interesse in het organiseren van het volgende debat? Meld je dan aan door een mail te sturen naar activities@freshalumni.nl!

©2009-2012 FRESH | sitemap | disclaimer
powered by weBSolve